ActUmail.nl® Publisher Arborecht

Arbo / Arbeidsomstandigheden Catalogus update publicaties in onze online shop: ActUmail.biedmeer.nl ActUmail.nl Publisher biedt Methodische vaardigheden voor professionals U kunt deze Arborecht managementstool per omgaande gebruiken.
Arbo catalogus Checklist Opvang na potentieel traumatische incident. Vragenlijst voor de opvang van medewerkers die te maken hebben gehad met agressie, geweld, accident.
Arbo catalogus Checklist Conflictoplossing Vragenlijst voor de keuze van de meest kansrijke oplossingsmodaliteit / conflictmanagement
Arbo catalogus Checklist ongewenst gedrag Vragenlijsten voor het zorgvuldig omgaan met signalen over ongewenst gedrag
  Mediation voor Verwijzers, Verwijzing handreiking voor (juridische) dienstverleners naar bemiddelaar, mediator, arbiter, geschillencommissie, klachtencommissie of rechter. Michael Boelrijk, ActUmail, 2005, ISBN 978-90-78470-01-4
  Gewenst bij ongewenst gedrag, Communicatie over Arbeidsomstandigheden, (seksuele) intimidatie en klachtrecht, Michael Boelrijk, 1e:2003, 2e druk ActUmail, 2006 ISBN 978-90-78470-03
  Bemiddeling als Alternatief, Handreiking voor hulp- en dienstverleners Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2001. Bert la Poutré & Michael Boelrijk ISBN 978-903133636x 2e druk 2010:
arbocatalogus Situationele arbeidsongeschiktheid ? Het Engelse Chartered management Institute hoort in het langlopende onderzoek BanBullyingAtWork campagne dat volgens de managers zelf, slechte managementvaardigheden de belangrijkste oorzaak is voor pesten onder de teamleden. Volgens eigen zeggen van 50% van de managers is de autoritaire wijze en de persoonlijkheid een belangrijke stimulans voor het pesten. Daarnaast zijn onrealistische doelstellingen debet aan het ongewenste gedrag. Veel managers ontbreekt het aan de vaardigheden om in te grijpen bij incidenten van intimidatie en pesten.

Arbo-klachtrecht als Human Resource Management instrument Personeelsbeleid 36 (2000)

Overweeg ADR bij ambtenarenconflicten Nederlands Juristen Blad 76 (2001)

re-integratie De Wet Uitbreiding Loondoorbetaling Bij Ziekte (WULBZ) maakt het sinds 13 juni 2008 mogelijk een veroorzaker van arbeidsongeschiktheid aansprakelijk te stellen voor de re-integratiekosten. Dus niet voor alleen de loondoorbetaling, maar ook de kosten van re-integratie van een arbeidsongeschikte werknemer verhaalbaar op degene die diens arbeidsongeschiktheid heeft veroorzaakt. Deze regeling heeft zelfs een terugwerkende kracht tot vijf jaren terug.

Per 1 november 2008 hoeft een zieke werknemer pas in 42ste week worden gemeldt bij het UWV (dit was in 13e week)

De AxBxC kantonrechtersformule bij het vaststellen van een ontslagvergoeding wijzigt januari 2009. Factor A is als volgt. Tot 35 levensjaren een ½ dienstjaar; tussen 35 en 45 levensjaren één dienstjaar; bij 45 tot 55 levensjaren faxtor 1½ dienstjaren en als de werknemer 55 of ouder is dan geldt 2 dienstjaren.

klachten

Arbobeleid

Intimidatie

Arbobeleid? Verplichting tot voeren van Arbobeleid intimidatie Elke werkgever is verplicht een beleid te formuleren over de preventie van intimidatie. Dit beleidsstuk moet minimaal het volgende inhouden:
  • Duidelijke definitie van intimidatie: wat verstaat de werkgever onder verschillende vormen van intimidatie. Zie ook wetten zoals Algemene Wet Bestuursrecht; Algemene wet gelijke behandeling
  • Expliciet formuleren dat intimidatie niet wordt geduld en hoe er op wordt gereageerd.
  • Expliciet en limitatief opsommen welke maatregelen de werkgever zal kunnen nemen in geval van geconstateerde vormen van intimidatie.
  • Procedures in het kader van het klachtrecht moeten eenduidig op papier staan. Daarin staat vermeldt hoe de vertrouwenspersoon kan worden benaderd en welke waarborgen er zijn voor geheimhouding. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij een klachtencommissie. De procedure wordt opgenomen in een klachtreglement.

Op 28 april 2000 is het voorstel van wet "technische verbeteringen en aanpassing" tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 ingediend Kamerstukken II, 1999/'00, 27091, nrs.1-3. Het voorstel voert een verplichting voor de werkgever in om in de nu reeds verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie een lijst van arbeidsongevallen die het bedrijf hebben plaatsgevonden op te nemen. Alle werknemers dienen toegang te hebben tot deze lijst. De werkgever zal in de toekomst direct melding aan de bedrijfshulpverlener, de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiger en bij het ontbreken daarvan de belanghebbende werknemers, moeten maken van een ernstig arbeidsongeval.  Een verandering is voorts onder andere dat het niet nakomen van een bevel van de Arbeidsinspectie tot stillegging van het werk in de toekomst als misdrijf wordt aangemerkt, in de huidige situatie is het een overtreding. Tevens wordt de termijn waarbinnen een bestuurlijke boete opgelegd kan worden in geval van een bedrijfsongeval verlengd van 8 naar 16 weken. Het wetsvoorstel is het gevolg van de richtlijn van de EG nr.89/931/EG betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (Pb EG L 1983).

Sinds oktober 1994 kent de Arbowet bepalingen inzake seksuele intimidatie, agressie en geweld. Deze zijn integraal overgenomen in de Arbowet 1998. Het gaat om een algemene zorgverplichting voor de werkgever. Deze moet zorgen voor zoveel mogelijk bescherming tegen dergelijk gedrag en de nadelige gevolgen daarvan. Door deze vormen van intimidatie met zoveel woorden in de wet op te nemen moeten ze worden betrokken bij systeemverplichtingen als de RIE: inventarisatie en evaluatie van risico's. Ook dient er een plan van aanpak te komen. Overleg met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordigers of de belanghebbende werknemers is noodzakelijk. De werkgever heeft de zorgplicht voor voorlichting en onderricht.

De wetswijziging opende de mogelijkheid van het stellen van nadere regels. Werkgevers worden gestimuleerd door het vooruitzicht dat de wet geëvalueerd zou worden. In 1999, dus vijf jaren na de invoering van de definities van seksuele intimidatie, agressie en geweld is er evaluatieonderzoek gestart. Een nulmeting heeft plaatsgevonden begin 1995. Toen al had bijna de helft van de werkgevers enigerlei maatregelen genomen tegen seksuele intimidatie. Twee op de vijf werkgevers had al een enkele maatregelen genomen tegen agressie en geweld.

Vanaf 1 oktober 1994 vallen seksuele intimidatie, agressie en geweld onder de werkingssfeer van de Arbowet. Er zijn plannen geweest om deze van de Arbowet los te maken bij de wetswijzigingen in 1998. Uiteindelijk is het in de wet blijven staan. Uit het feit dat de definities in dezelfde vorm, nu geplaatst in artikel 1 lid 3 sub e en f Arbowet 98, zijn gehandhaafd kan men afleiden dat het om een algemene zorgplicht gaat. De werkgever moet zorgen voor zoveel mogelijk bescherming tegen de beide verschijnselen en tegen de nadelige gevolgen daarvan. Zie Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1997-1998, 25879, nr.3 p.16. Zie ook onderzoek in opdracht van Hoogervorst op de werkvloer

Beide vormen van intimidatie worden veroorzaakt door menselijk gedrag. Werkgevers zijn verplicht om, binnen het algemene arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid te voeren gericht op het beschermen van werknemers tegen seksuele intimidatie, agressie en geweld.

Seksuele intimidatie is een risico voor arbeidsomstandigheden waar vele vrouwelijke werknemers dagelijks mee geconfronteerd worden. Ook groepen mannen, met name homoseksuelen en jonge mannen blijken kwetsbaar te zijn. Relatief gezien behoren de meeste daders tot het mannelijk geslacht. De meeste slachtoffers zijn vrouw. De definities van het begrip seksuele intimidatie noemt een aantal voor de afbakening van het begrip essentiële zaken. Bij seksuele intimidatie gaat het om opmerkingen en gedragingen met een seksuele lading die door degenen die het doelwit zijn, als ongewenst dan wel vernederend worden ervaren. Hiermee wordt soort gedrag onderscheiden van overig hinderlijk gedrag en van acceptabele vormen van sociaal gedrag op het werk.

Bij seksuele intimidatie kan het gaan om seksuele chantage (quid pro quo). Hiermee wordt bijvoorbeeld bedoeld dat de kans op promotie vergroot wordt door het verrichten van seksuele diensten. Daarnaast kan er sprake zijn van 'condition of work'-seksuele intimidatie. Hiermee wordt bedoeld dat de werksfeer verziekt wordt door bepaalde uitingsvormen van seksuele intimidatie. Aanranding en verkrachting zijn zeker vormen van seksuele intimidatie. Maar seksuele intimidatie bestaat ook in de vorm van het maken van dubbelzinnige opmerkingen, onnodig aanraken, gluren of pin-ups in de werkruimte.

Het essentiële kenmerk bij seksuele intimidatie is dat de betrokkene kenbaar maakt niet gediend te zijn van bedoelde gedragingen of verschijningsvorm. Het gaat dus niet om de achterliggende bedoeling bij degene die zich aan seksuele intimidatie schuldig maakt maar aan de beleving door de ontvanger van de opmerking of gedrag. Seksuele aandacht ontaardt in seksuele intimidatie indien daarmee wordt doorgegaan hoewel de ontvanger daar niet (meer) van gediend is.

Uitgangspunt voor het beleid van de overheid is dat vrouwen en mannen in arbeidssituaties op gelijkwaardige wijze moeten kunnen functioneren. Om er voor te zorgen dat de mogelijkheden van (vrouwelijke) werknemers niet systematisch beperkt worden, dient seksuele intimidatie niet op de werkplek voor te komen. Het voorkomen en beperken van seksuele intimidatie is een onlosmakelijk onderdeel van het sociale beleid in een arbeidsorganisatie en de werkgever is daarvoor verantwoordelijk. De overheid dient zorg te dragen voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen, voor voldoende rechtsbescherming zowel voor slachtoffer als voor dader en voor de bescherming van het recht op lichamelijke integriteit van haar burgers.

Uit de bepaling van artikel 4 lid 2 Arbowet 1998 is af te leiden dat de zorgplicht rust op de werkgever tot bescherming tegen seksuele intimidatie en de nadelige gevolgen. De overheid stelt de basisnorm door de verplichting in te voeren tot het opstellen van beleid. De sociale partners in bedrijven en bedrijfstakken dienen daaraan gestalte te geven in de vorm die het meest geschikt is voor de specifieke situatie in het bedrijf of de bedrijfstak.

Uit het onderzoek van FNV-bondgenoten blijkt dat slechts 27% van de werknemers redelijk positief is over de leiding in een bedrijf; 75% ziet de leiding niet zitten. Overigens voegt 58% van de geënquêteerde hieraan toe wel te weten dat de baas het te druk heeft om bij al het wel en wee van de werknemers stil te staan. In ieder geval is het belangrijk voor het welzijn dat de werknemers een eerlijke waardering krijgen voor hun functioneren. Belangrijkste hulpmiddelen daarbij zijn regelmatig en goed gestructureerd werkoverleg en functioneringsgesprekken.

Nieuw klachtrecht in het kader van arbeid' Tijdschrift ArbeidsRecht 7 (2000)

Arbowet

Let op de grondige wijzigingen van de arbowet per 1 januari 2007. Daarbij is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van maatregelen voor arbeidsomstandigheden veel meer bij de individuele werkgever gelegd. In deze nieuwe herziening komen de nieuwe termen als arbocatalogus en arbocatalogi op. Op grond van de Wet van 7 april 2005 Staatsblad 2005,202 zal de Arbowetgeving per 1 juli 2005 drastisch worden gewijzigd. De verplichte inschakeling van een arbodienst vervalt. Wel moet er altijd instemming zijn van de vakbonden, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging over de wijze waarop de arbodienstverlening is geregeld. Als branches en ondernemingen geen gebruikmaken van een arbodienst, moeten ze er wel voor zorgen dat de arbodienstverlening met voldoende kennis van zaken wordt aangepakt. Wat in de nieuwe wetgeving blijft is dat er altijd een contract moet zijn met een bedrijfsarts voor begeleiding van ziekteverzuim. Ook worden eisen gesteld aan de deskundigheid van degene die de zogenoemde Risico-inventarisatie en -evaluatie toetst. Voor deze zogenoemde Rie geldt voor kleine ondernemingen tot en met 10 werknemers dat zij gebruik mogen maken van een standaard checklist, die wel in de CAO moet zijn vastgesteld. In dat geval mag de verplichte toets van het Rie-document achterwege blijven. Voor bedrijven met minder dan 26 werknemers zullen de arbodiensten de verplichte externe toets van het Rie-document vereenvoudigd toetsen, waarbij in principe geen bedrijfsbezoek plaatsvindt. Bij invoering van de nieuwe wet moeten werkgevers zich laten bijstaand door één of meer deskundige werknemers (preventiewerkers) die verstand hebben van veiligheid en gezondheid bij de dagelijkse werkzaamheden in het eigen bedrijf. Bij kleinere bedrijven (minder dan 15 werknemers) mag de preventiewerker-functie ook uitgevoerd worden door de werkgever zelf. (Zie Kamerstukken 29814). Oude wetswijzigingen Arbowet.

Arborecht

Arborecht-

spraak

ActUmail

publicaties

Arbo rechtspraak gepubliceerd door ActUmail.nl

Rechtbank Leeuwarden 31 augustus 2001, Sector bestuursrecht: disciplinaire strafontslag wegens plichtsverzuim door het trappen en slaan van collega's alsmede het geven van tongzoenen is disproportioneel.

Rechtbank Utrecht, kort geding 2 augustus 2001, aangeklaagde werknemer aanzetten tot ontslag. De werkgever heeft in de week dat er een vermoeden van seksueel misbruik ontstaat aangeklaagde aangezet om zelf ontslag te nemen. Vervolgens gebruikt werkgever de bereidheid als vorm van schuldbekentenis. Arbo-arts geeft onjuiste vertrouwelijke informatie door aan werkgever. Artikel 3:35, 3:44 en 7:677 Burgerlijk Wetboek

Hoge Raad 27 april 2001 NJB 2001, 97 videobewijs tegen werknemer: Arbeidsrecht: Ontslag op staande voet. Voor het antwoord op de vraag op de vraag of een ontslag op staande voet al dan niet onverwijld is gegeven, beslissend is het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen. Video-opname (verborgen camera bij kassa) vormt geen ongeoorloofde inbreuk op artikel 8 EVRM aangezien er een concreet vermoeden bestond dat een van de werknemers zich schuldig maakte aan strafbare feiten, welk vermoeden zonder verborgen camera niet zou kunnen worden vastgesteld.

Hoge Raad 13 april 2001 NJB 2001, 82: Sociaal plan in CAO Arbeidsrecht: Onder omstandigheden kan onder 'arbeidsvoorwaarden' bij een CAO ook een afvloeiingsregeling in het kader van een met de vakbonden overeengekomen sociaal plan worden verstaan. In ieder geval zijn partijen onderling gebonden aan een dergelijk sociaal plan. Van een sociaal plan slechts worden afgeweken voorzover strikte handhaving jegens de werknemer kennelijk onredelijk is.

Hoge Raad 6 april 2001 NJB 2001, 76 (p.814) oordeel bedrijfsvereniging: Een werknemer achtte zichzelf niet ongeschikt om het eigen werk te verrichten. Hij verklaarde zich daartoe ook bereid. In dat geval behoort een achteraf gebleken onjuistheid van het oordeel van de GMD ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid voor rekening te komen van de werkgever. Dus de werkgever moet het loon gewoon doorbetalen. Deze regel geldt ook indien de werknemer zijn visie op zijn geschiktheid op geen enkele wijze medisch heeft onderbouwd.

Kantonrechter Heerlen Jurisprudentie Arbeidsrecht 2000/255: "Verweerster (werkgever) had gedurende de ontwikkeling van dit conflict een zeer goede mogelijkheid om de zaken weer recht te trekken, namelijk toen door de Arbo-arts het voorstel is gedaan om mediationbureau Compaan te laten bemiddelen en naar een oplossing te zoeken. Dit is door verweerster afgewezen, waardoor haar toegerekend kan worden dat zij het conflict vanaf dat moment bewust heeft laten oplopen."
Kantonrechter Gouda 21 december 2000, Praktijkgids 2001, 5607 Geen seksuele intimidatie.

Rechtbank Alkmaar 26 oktober 2000 Rechtspraak Nemesis 2001, 1280: verbod tot internet-stalking middels homepage. Communicatieverbod waaronder mede begrepen email- en internetverkeer.

Hoge Raad civiele kamer, 30 september 2000, ontslag wegens alcoholgebruik. De Hoge Raad heeft op 30 september 2000 gedaan over het ontslag in verband met alcoholgebruik. In de eerste zaak over een werknemer van Nutricia beslist de Hoge Raad dat alcoholverslaving een dringende reden kan zijn voor ontslag op staande voet. Hoewel het de vraag is of een verslaving verweten kan worden aan de werknemer is wel een reden tot ontslag. In de tweede zaak over een werknemer van de ING besluit de Hoge Raad dat een werknemer die zich tijdens zijn ziekmelding stelselmatig onttrekt aan de controle door een bedrijfsarts ontslagen kan worden hoewel hij in de ziektewet zit.

Hof van Justitie Europese gemeenschap 26 september 2000, Nederlandse Jurisprudentie NJ 2000, 135: Sociale politiek / mannelijke en vrouwelijke werknemers / toegang tot arbeidsproces en arbeidsvoorwaarden / gelijke behandeling / ontslagvoorwaarden.

Kantonrechter Groningen 13 september 2000 en 2 oktober 2000, NJ 2001, 27: Reïntegratieplan: ondanks het aanvankelijk ontbreken van een reïntegratieplan is er geen sprake van niet-ontvankelijkheid voor het toetsen daarvan. De toegang tot de rechter is door de werkgever onaanvaardbaar belemmerd.

Hoge Raad 23 juni 2000 Uitkeringsrisico voor werkgever: Rechtbank heeft de vraag of de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen als bedoeld in artikel 7:628 BW terecht bevestigend beantwoord. Betoog dat niet bij de werkgever mag worden gelegd het risico dat achteraf onjuist blijkt te zijn het oordeel van de verzekeringsgeneeskundige dat de werknemer ongeschikt is voor het eigen werk, kan in zijn algemeenheid niet als juist worden aanvaard wanneer het gaat om een werknemer die, zichzelf niet ongeschikt achtend, zich bereid verklaart zijn werk te verrichten en die achteraf blijkt inderdaad niet ongeschikt te zijn geweest. De mogelijkheid voor de werknemer het gederfd loon te verhalen op de Bedrijfsvereniging is niet een relevante omstandigheid voor de beantwoording van de vraag in wiens sfeer het loonbetalingsrisico valt.

Kantonrechter Haarlem, 16 juni 2000, JAR 2000/170, Privé internetgebruik tijdens werktijd voor porno.
President Rechtbank Breda 25 april 2000 Kort Geding 2000, 119, Rookverbod: De president van de rechtbank Breda heeft de vordering tot een algemeen rookverbod op de werkplek bij de PTT toegewezen. Tevens is aangegeven dat de werkgever zorg moet dragen voor een afgesloten rookruimte voor haar medewerkers.

President Rechtbank Haarlem 7 april 2000, KG 2000, 239  Arbeidsrecht: Opzegging voordat werk is verricht is wanprestatie. Opzegging arbeidsovereenkomst door werkgever tijdens de proeftijd voordat de werkzaamheden feitelijk zijn begonnen is een rechtsgeldige opzegging. De redenen zijn gelegen in interne situatie van het bedrijf. Wel is sprake van wanprestatie jegens de werknemer en derhalve bestaat er recht op schadevergoeding.

Hoge Raad 31 maart 2000, rek.nr. R99/105HR; JOL 2000, 189, artikel 15, 21, 36 WOR, Benadelingverbod : Artikel 21 Wet op de Ondernemingsraden (WOR) heeft ten doel waarborgen te geven voor een onafhankelijk optreden van de leden van de ondernemingsraad en voor de leden van commissies van die raad en van degenen die kandidaat zijn gesteld voor het lidmaatschap. Artikel 21 WOR beschermt deze personen in hun rechtspositie in de onderneming. In deze zaak is werkneemster in de gelegenheid gesteld een aanzienlijk deel van haar werktijd aan medezeggenschapswerk te besteden. Het feit dat ze nu te weinig tijd overhoudt om in de onderneming die werkzaamheden te doen die ze bij voorkeur verricht, is NIET een benadeling in haar positie. De werkgever hoeft de werktijd van werkneemster niet uit te breiden. Een belanghebbende kan, na eerst de "Bedrijfscommissie" te hebben verzocht te bemiddelen, de Kantonrechter verzoeken een partij op te dragen gevolg te geven aan de bepalingen van de Wet op de Ondernemingsraden. Indien een Kantonrechter op grond van artikel 36 WOR bepaalt dat de ondernemer gevolg dient te geven aan zijn verplichting om een werkneemster niet te benadelen, dient de rechter ook vast te stellen wat de verplichting inhoudt. De Kantonrechter kan volstaan met het uitspreken van een verklaring voor recht, mits deze blijft binnen de grenzen van artikel 21 WOR en zich beperkt tot de vaststelling van de rechtsverhouding in geschil tussen de partijen.

Hoge Raad 21 januari 2000, NJ 2000, 190 Dringende reden: Afweging van de persoonlijke omstandigheden van de werknemer tegen de aard en ernst van de dringende reden. Noodzakelijk is de onverwijlde kennisgeving bij ontslag op staande voet.
ARBO- KLACHTRECHT: Rechtspraak over zorgvuldige klachtprocedures. De rechter (veelal de Kantonrechter) zal zich een oordeel vormen over de werkwijze van de werkgever nadat een klacht intern is ingediend. Kernbegrip is de zorgvuldige procedure. Daarbinnen moet in ieder geval het principe van hoor en wederhoor in acht zijn genomen.

Kantonrechter Zutphen 14 december 1999, Praktijkgids 2000, 5431, Arbeidsrecht: Het afzeggen van een mondeling gesloten arbeidsovereenkomst vóór de ingangsdatum, om reden van een beter betaalde baan elders, is misbruik van de bevoegdheid om op te zeggen in de proeftijd. Dit vormt echter geen aanleiding tot toewijzing van schadevergoeding aan werkgever.
Kantonrechter Maastricht 9 september 1999, RN 2000, 1243: Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd ondanks seksuele intimidatie.

Kantonrechter Leiden 28 juli 1999 Prg 2001, 5621 Arbeidsrecht: Werknemer niet-ontvankelijk in 685-verzoek jegens vervreemder van bedrijfsonderdeel, omdat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ná de overgang en ontbinding met terugwerkende kracht niet mogelijk is / aangezien werknemer - via e-mail - ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven afstand te doen van bescherming van 7:633 BW is werknemer ook jegens verkrijger niet-ontvankelijk.

Onderneming

raden

wet op ondernemingsraden & emailcontrole

arbeidsovereenkomstrecht & zorgverlof

Bestel Reader Op deze site vindt U Arbocatalogus Managementtools Arborecht. U bestelt in onze online shop ActUmail.biedmeer.nl  en kunt vervolgens de publicatie op verschillende manieren benutten.